Jaap Ophoff, tot maart 2024 predikant bij Opstandingskerk Zwolle.

“We weten zo weinig van elkaar, dat is een krachtig besef en vertrekpunt”

Ds. Jaap Ophoff was tot begin 2024 predikant in de Opstandingskerk, een van de Nederlandse Gereformeerde kerken in Zwolle. Toen hij in 2006 naar de Hanzestad kwam voor zijn werk binnen de kerk had hij een doel: samen een veilige geloofsgemeente zijn, voor iedereen. Daarbij richtte hij zich in het bijzonder op LHBTI’ers. Dat betekende een verandering voor de gemeente.

Foto van Jaap zittend op de bank in zijn woonkamer

“Voor de groep LHBTI zag ik dat veel gemeenten toch wel tekortschoten, destijds ook de Opstandingskerk. Daar wilden we samen verandering in brengen”, aldus Ophoff. “Inmiddels hebben we een transitie doorgemaakt naar openheid, gelijkwaardigheid en inclusie. Het is nu voor iedereen duidelijk dat onze homoseksuele medegelovigen bij ons een volwaardig lid kunnen zijn. Zo’n verandering vraagt wel veel inspanning, aandacht én veranderkracht.”

“Ik geloof dat er binnen geloofsgemeenten veel mogelijk is en kan. Ik zie de bereidheid om de verandering aan te gaan.”

Samenwerken aan openheid

Ophoffs betrokkenheid met de LHBTI’er begon tijdens zijn studie Theologie in Kampen. Hij had vrienden en medestudenten die worstelden met hun geaardheid, hun zoektocht, het alleen zijn en met de afwijzing die zij ervoeren binnen hun directe omgeving. “Ik had al jaren gesprekken met homoseksuelen, over het leven en over van alles dat hen bezighield. Voordat ik in Zwolle kwam was ik werkzaam binnen twee andere kerken, ook in die tijd sprak ik geregeld met homoseksuelen, gewoon zoals dat gaat, zoals je mensen tegenkomt in het dagelijks leven. Maar nu wilde ik dat contact en die gesprekken echt eens bínnen een gemeente aangaan en zo samenwerken aan openheid en veiligheid. Daarin is inmiddels al veel gelukt, we hebben grote stappen gezet. Ik geloof dan ook dat er op het vlak van homoseksualiteit binnen geloofsgemeenten en -overtuigingen veel mogelijk is en kan. Ik zie de bereidheid om de verandering aan te gaan.”

Vertrekpunt voor verandering

Ophoff ziet dat meer en meer kerken en gemeenten ruimte willen bieden aan inclusie, omarming van ieder mens en daarmee van liefde in verschillende vormen. Dat begint met anders kijken – “inclusief kijken” – en met actief kiezen voor verandering, zo weet Ophoff.  “Net als voor bedrijven en mensen in het algemeen is verandering ook voor kerken en gemeenten uitdagend. Daarbij speelt de hoe-vraag een grote rol, hoe pak je dat nou aan. Toen de gemeente van de Opstandingskerk mij vroeg als predikant, vroegen ze mij ook of ik ze wilde helpen in verandering, en of ik ze daarin wilde verrassen. Die open blik en ontvankelijkheid is een sterk vertrekpunt; we willen veranderen maar help ons daarbij. Daarbij ging het over vele zaken: in het begin over vernieuwing van muziek, het stramien van diensten, ruimte voor hedendaagse ideeën en gedachten van de nieuwe generatie. Dat kunnen al grote onderwerpen zijn binnen gemeenten.”

Verandering is überhaupt een intensief en complex proces, zeker binnen omgevingen waar tradities bestaan en richtlijnen die de basis vormen voor de gehele groep, de gemeente. Daarbij speelt angst vaak ook een rol: wat zullen die veranderingen teweegbrengen in onze kerk en binnen onze gemeente, en wat betekent het voor mij persoonlijk? “Werken aan verandering roept bij oudere generaties vaak de vraag op ‘hebben we het dan tot dus fout gedaan?’. Ik zeg dan: bekijk het anders, zie het als een reflectievraag. Wat ging er goed? Wat had anders gekund? Of wat ging er toen goed maar is nu niet meer een geschikte formule? Daarbij is mijn insteek altijd: zet het naast elkaar. Je hoeft datgene wat was niet weg te werpen en te vervangen, maar ga verrijken en kleur aanbrengen. Laat zien dat er meer vormen zijn. Zing bijvoorbeeld naast Psalmen ook andere liederen, maar schaf ze niet af.”

Portretfoto van jaap

In gesprek en in beweging

“Dat werd onderbouwt met een beroep op de Bijbel, traditie en onderbuikgevoel”

Toen Ophoff als nieuwe predikant binnen de kerk werd aangesteld, wilde hij ook kennismaken met de leden van de geloofsgemeente. Naast zijn gezicht laten zien vooral ook horen wat er leeft, wat zij hebben meegemaakt. “Het is uiteraard belangrijk om de leden van de gemeente persoonlijk te ontmoeten en te leren kennen. Zo kwam ik ook eens op bezoek bij een homostel. Eén was lid van onze kerk, de ander van een andere”, vertelt Ophoff. “Het lid van onze kerk gaf aan eindelijk eens belijdenis te willen doen, hij wilde volwaardig lid worden. Daar had hij eerder discussies over gehad met onder andere ouderlingen, maar het antwoord was dat het niet kon. Dat werd onderbouwt met een beroep op de Bijbel, traditie en onderbuikgevoel, waarmee werd gezegd dat hun relatie niet kon en dat ze uit elkaar moesten. Pijnlijk voor het stel; ik gaf aan dat ik mij voor ze ging inzetten. Ik begreep ook dat dat een grote inspanning zou worden, want daarmee moest een cultuurverandering plaatsvinden, en dat forceer je niet.”

Toch bleek vrijwel iedereen binnen de kerkenraad en het bestuur open te staan voor een mogelijke verandering. Het proces werd in alle openheid aangepakt. Er werden actief gesprekken gevoerd, sprekers uitgenodigd; het onderwerp en de visie werden besproken. Ophoff had er een actieve rol in. “Het gesprek met het homostel was het vertrekpunt, maar ik zag de kans om het breder te trekken. Ik begon met een rondje vragen binnen het bestuur; meningen en standpunten peilen. De uitkomst besloeg de volste breedte, van ‘het mag niet’ tot ‘van mij mogen ze trouwen en Gods zegen ontvangen’. Wat opviel was dat de bestuursleden die in hun directe omgeving met homoseksualiteit te maken hadden, allemaal aan de kant van ruimte, veiligheid, vrijheid en liefde zaten. En hoe minder mensen er in de praktijk mee te maken hadden hoe meer afwijzend hun standpunt was.”

“Wil je als kerk inclusief zijn, dan moet je het daar met regelmaat over hebben, ook als er geen directe aanleiding is.”

De weg naar bespreekbaarheid

Daar raakt Ophoff een punt: voor iets waarmee je niet bekend bent, bestaan geen gevoelens van sympathie of liefde; je kunt iets of iemand pas leren waarderen als je nader kennismaakt. Onbekendheid of onwetendheid speelt vaak een rol. Dat maakt het gesprek openen lastig, zo weet ook Ophoff: “Onwetendheid leidt tot vertekende beelden, tot karikaturen. Zie je een karikatuur voor je – dikwijls zonder dat je je beseft dat je zo kijkt – dan zie je een heleboel niet. En wat je wél ziet klopt niet, want een karikatuur is een vertekening. Dat is helaas wat er nogal eens gebeurt als mensen een mening vormen over homo’s; ze hebben dan beelden in hun hoofd die meestal echt niet kloppen. Andersom gebeurt het uiteraard ook, mensen buiten kerkgemeenschappen hebben ook dikwijls stereotype beelden over gelovigen. Het is zo jammer dat we daardoor een afstand creëren en daarmee de kans op het goede gesprek missen.”

Het bespreekbaar maken van het onderwerp stopt niet bij gesprekken met de kerkenraad en het bestuur. Juist ook de kerkgemeente moet je meenemen in het thema, in wat er besproken is en in de verandering die je samen voor ogen hebt. “Wil je als kerk inclusief zijn, dan moet je het daar met regelmaat over hebben, ook als er geen directe aanleiding is. Het is belangrijk om de gemeente erbij te betrekken. Ik deed dat bijvoorbeeld door er in mijn preken bij stil te staan. Zo rekende ik eens hardop uit hoeveel homo’s er statistisch gezien zouden moeten zijn binnen onze gemeente. Het doel daarvan was niet om de homoseksuelen aan te wijzen, maar om de gemeente bewust te maken van de vragen ‘waar zijn ze dan en waarom zien we ze niet binnen onze gemeente’? Daarmee bevragen we eigenlijk het klimaat of cultuur binnen de gemeente, en onszelf. Waarom verbergen mensen zich? Hoe bespreekbaar is het? En wat vind ik er eigenlijk van?”

Foto van een Mariabeeld opgesteld achter het raam op de vensterbank.

Van en over elkaar leren

“We gingen ook op individueel niveau het gesprek aan”

Het onderwerp benoemen vanaf de spreekstoel was een van de stappen die de kerk zette om het gesprek te openen. Ook stelden zij een brochure samen die gemeentebreed werd verspreid, en zij organiseerden een thema-avond. “Natuurlijk heb je op één avond niet een volledige gemeente om, maar je opent wel een deurtje, je creëert bewustzijn en hopelijk ruimte”, legt Ophoff uit. “We gingen ook op individueel niveau het gesprek aan, op bezoek bij mensen die het er heel moeilijk mee hebben en zich verzetten tegen de openheid over het thema – verandering roept verzet op, dat zie je ook op dit punt. Wat opviel was dat deze groep mensen zelf geen homo’s kenden, ze stonden buiten de relatie met deze mensen. En die ontdekking heeft mij er scherp op gemaakt, bij allerlei onderwerpen, dat je niet een oordeel moet vormen buiten de relatie om, buiten het contact met je medemens.”

Ophoff voegt daaraan toe: “Al mijn hele leven leer ik enorm veel van andere mensen; ik heb ook heel veel geleerd van homo’s, lesbiennes en transgenders. Mijn ervaring is: je leert in de ontmoeting. Want weet je, iets wat je zelf niet hebt of bent daar kun je over lezen, en dat helpt. Maar er gaat niets boven de ontmoeting. In de vele gesprekken die ik had zat veel diversiteit; de ene homo zat in een situatie van gebrokenheid en zich incompleet voelen, een ander voelde zich heel en volledig als mens. Aan iemands buitenkant zie je niet wat er aan de binnenkant afspeelt. We weten zo weinig van elkaar, dat is een krachtig besef en vertrekpunt. Want daar kun je iets aan doen door echte ontmoetingen op te zoeken en aan te gaan, waarin je vragen stelt en bovenal luistert. En laat de ander ook toe: als je de ander in de ogen kijkt, laat hem of haar jou dan ook diep in de ogen kijken, geef die ander ook de ruimte om jou vragen te stellen en nieuwsgierig te zijn. Pas dan ontmoet je elkaar écht en leer je van en over elkaar.”

Organiseer de ontmoeting

Ophoff weet dat het niet eenvoudig is om individuen tot ontmoeting te brengen, maar in gezamenlijkheid gaat het makkelijker. Geloofsgemeenschappen zijn organisaties en hebben daarmee alle mogelijkheden in huis om samenkomsten te initiëren. Dat moedigt Ophoff dan ook aan: “Organiseer de ontmoeting. Dat gebeurt uiteraard al met de diensten, maar organiseer eens een avond, breng mensen samen. Geef mensen ruimte om te vertellen, vragen te stellen, te luisteren en nieuwsgierig te zijn. Nogmaals: we weten zoveel niet van elkaar. Dat besef kan veel in beweging zetten en het begin zijn van grote én nodige veranderingen.”

Portretfoto van Jaap
Portretfoto van Jaap

Jaap Ophoff

“Ik ben Jaap en woon sinds 2006 met veel plezier in Zwolle, in de wijk Westenholte. Ik houd van mensen en dieren. Wist je dat homoseksualiteit ook in de dierenwereld voorkomt? Ik ben nu ruim 30 jaar predikant en per 31 maart 2024 ga ik aan het werk in een andere gemeente: in Doetinchem. Daar word ik voorganger in een heel inclusieve kerk. Ik blijf wel in Zwolle wonen samen met mijn tweede vrouw en haar kinderen.”